Publicatiedatum:
Tegenwoordig kennen de meeste mensen André van Duin vooral als de vriendelijke jurylid die taarten beoordeelt in Heel Holland Bakt, maar ooit was hij ’s lands grootste komische superster. In de jaren 80 was hij alomtegenwoordig: op de radio, op televisie en zelfs in de bioscoop. Zijn filmcarrière bleef uiteindelijk beperkt tot slechts twee titels – Ik ben Joep Meloen en De Boezemvriend – waarvan de ene uitgroeide tot een enorme kaskraker met meer dan een miljoen bezoekers, terwijl de andere flopte en daarmee abrupt een einde maakte aan zijn ambities op het witte doek. Ironisch genoeg is Ik ben Joep Meloen, juist die grote hit, vandaag de dag opvallend lastig te vinden, wat je niet direct zou verwachten van zo’n publiekssucces.
Het blijft opmerkelijk – en eerlijk gezegd ook frustrerend – hoe weinig zorg er is besteed aan het behoud van Nederlandse filmklassiekers. Met de komst van dvd kregen veel titels alsnog een digitale release, maar zelfs dat was Ik ben Joep Meloen niet gegund. De film verscheen destijds alleen op videoband en lijkt sindsdien volledig tussen wal en schip te zijn gevallen. In een tijd waarin restauraties en HD-releases de norm zijn geworden, voelt het bijna absurd dat juist zo’n grote bioscoophit praktisch onvindbaar is. Sterker nog, je zou de film inmiddels bijna als verloren kunnen bestempelen. Dat ik hem überhaupt nog eens heb kunnen zien, is puur toeval: iemand nam hem zo’n twintig jaar geleden op van Talpa en zette die opname op YouTube – een schrale, maar tegelijk veelzeggende reddingsboei voor een stuk vergeten filmgeschiedenis.
Ik ben Joep Meloen vertelt het verhaal van Joep, een onsuccesvolle pianostemmer en aspirerend muzikant wiens leven instort wanneer zijn geliefde hem verlaat voor een ander. Wanhopig besluit hij een einde aan zijn leven te maken, maar op het moment suprême ontmoet hij Dorien, een even ongelukkige vrouw met dezelfde plannen. Tussen de twee ontstaat een onverwachte liefde, waarna ze samen verstrikt raken in een reeks avonturen vol tegenslagen en absurde situaties. Terwijl Dorien doorbreekt als zangeres en Joep zijn muzikale ambities nieuw leven inblaast, groeit hun relatie uit tot een mix van romantiek en komische chaos, met als hoogtepunt hun gezamenlijke weg naar succes op het songfestival.
Ik ben Joep Meloen leunt volledig op de kenmerkende humor van André van Duin. Hoewel het typetje hier relatief “basic” blijft – zonder de bekende fluitketels, brommerhelmen of andere absurde verkleedpartijen – groeide Joep Meloen alsnog uit tot een van zijn meest herkenbare creaties. Het personage voelt als een directe verlenging van het sullige, goedbedoelende karakter dat Van Duin jarenlang speelde in zijn revues, vaak tegenover Corrie van Gorp en Frans van Dusschoten, die hier ook prominente rollen vertolken. In die zin is de film eigenlijk niet meer (maar ook niet minder) dan een André van Duin-sketch, opgerekt tot bioscoopformaat.
Verhalend heeft de film dan ook weinig om het lijf en voelt het geheel eerder als een aaneenschakeling van komische situaties dan als een strak opgebouwd narratief. Van Duin speelt Joep bovendien alsof hij nog altijd op het toneel staat, en is de enige die consequent de vierde wand doorbreekt door de camera aan te kijken met een opmerking of veelzeggende blik. Op papier zou dat storend kunnen zijn, maar juist binnen deze context werkt het verrassend goed: het sluit naadloos aan bij het personage en bij het specifieke, licht anarchistische type humor waar Van Duin om bekendstaat.
Een film als deze valt of staat dan ook volledig bij hoe grappig en onderhoudend hij is; je kijkt Ik ben Joep Meloen tenslotte niet voor prijswinnende acteerprestaties of diepgravende thematiek. En verrassend genoeg werkt het nog steeds: zelfs ruim 45 jaar later weet de film te vermaken. Hier en daar moest ik oprecht nog gniffelen om de grappen van André van Duin, en vooral de manier waarop hij zijn personage neerzet, voelt opvallend tijdloos.
Tegelijkertijd is de film onmiskenbaar een product van de jaren 80. Er wordt volop gerookt – ook door Van Duin zelf – en ook een vleugje niet-functioneel naakt wordt niet geschuwd in wat verder toch als een familiefilm aanvoelt. Juist die elementen geven de film achteraf een bijna charmante, nostalgische lading: een tijdcapsule van een andere (film-)cultuur, waarin dit soort dingen doodnormaal waren.
Wat in het huidige tijdperk extra opvalt, is hoe opvallend veel product placement er in de film verwerkt zit. Chocomel is steevast Joep’s drankkeuze in de kroeg, een Sony Walkman wordt zo nadrukkelijk in beeld gebracht dat het bijna voelt alsof je naar een reclameblok zit te kijken, en zelfs een Heineken-dopje krijgt een wel heel prominente close-up. Het geeft de film, onbedoeld, een bijna komisch bijeffect.
Een ander curieus element is het subplot waarin de suïcidale Joep een gangster 10.000 gulden betaalt om hem om te brengen, maar daar op terugkomt zodra hij Dorien ontmoet. De huurmoordenaar blijkt echter minder flexibel en zet zijn plan koppig door. Opvallend genoeg vormt juist dit gegeven de basis voor De Surprise, wat die film achteraf toch in een ander daglicht plaatst.
Al met al is Ik ben Joep Meloen geen hoogvlieger, maar wel een film met onmiskenbare charme. Die charme zit vooral in André van Duin, die de film moeiteloos op zijn schouders draagt en ervoor zorgt dat het geheel, ondanks de gebreken, toch blijft vermaken.





