Publicatiedatum:
Jarenlang was de Belgische film Hector de bestbezochte film van het land. Toen hij begin jaren ’90 op televisie werd uitgezonden, was het dé film waar iedereen het op het schoolplein over had. Behalve ik — want ik had hem gemist.
Daarna ben ik hem nooit meer toevallig tegengekomen op tv. Natuurlijk waren er genoeg kansen; de film verscheen immers gewoon op dvd. Maar om wat voor reden dan ook kruisten de wegen van Hector en mij al die jaren niet.
Tot nu. Want de filmmaatschappij heeft de film simpelweg in HD op YouTube gezet. En zo kan ik, bijna veertig jaar na de oorspronkelijke release, eindelijk ook deze klassieker van mijn lijstje afstrepen.
Hector volgt het verhaal van een naïeve man van middelbare leeftijd die zijn hele leven in een weeshuis heeft gewoond totdat een tante en een oom hem ophalen om in hun bakkerswinkel te komen werken. Terwijl hij moeite heeft zich aan te passen aan het volwassen leven, mengt hij zich op onhandige maar hartelijke wijze in het reilen en zeilen van het gezin, helpt hij een jonge wielrenner trainen en raakt hij verwikkeld in het theatrale dorpsleven.
In tegenstelling tot Hector heb ik Koko Flanel wél gezien. Sterker nog, dat is zo’n film die ik begin jaren ’90 nog eens bij de videotheek heb gehuurd — en eentje die ik een warm, nostalgisch hart toedraag.
Wat meteen opvalt, zijn de overeenkomsten tussen de twee films. Niet alleen duiken veel van dezelfde gezichten op, zowel voor als achter de camera, ook het verhaal volgt grotendeels hetzelfde stramien: een eenvoudige, aandoenlijke man blijkt over een onverwacht talent te beschikken en vindt uiteindelijk de liefde.
Daardoor is het lastig om de films helemaal los van elkaar te zien. Hector voelt daarbij als de kleinere, bescheidener film, zeker in vergelijking met het ambitieuzere en uitbundigere Koko Flanel.
Qua verhaal heeft Hector niet bijzonder veel om het lijf, en van geloofwaardigheid moet de film het al helemaal niet hebben. Maar als licht kneuterige komedie weet hij toch verrassend effectief te zijn. Ik heb meerdere keren hardop moeten lachen.
Vooral de kleine sight gags en terugkerende grapjes werken goed. Een lijkwagen vol brood, een goudvis in een transparante rugzak gevuld met water, rokende en drinkende nonnen; het zijn van die korte, bijna achteloze momenten die me onverwacht wisten te raken en die precies de juiste snaar van absurde humor treffen.

Urbanus draagt Hector met een souplesse alsof hij nooit anders heeft gedaan. Het is eigenlijk best opmerkelijk dat het voor hem — op een paar uitzonderingen na — bij Hector en Koko Flanel is gebleven.
Hij weet een soort idiot savant neer te zetten die, ondanks zijn klunzigheid en naïviteit, nergens irritant wordt. En dat is een lastige evenwichtsoefening voor dit soort personages: één verkeerde toon en het publiek haakt af. Urbanus bewaart die balans echter moeiteloos. Wat makkelijk oogt, is in werkelijkheid een precieze controle over timing, mimiek en charme — en juist dat maakt zijn vertolking zo effectief.
Als love interest maakt Sylvia Millecam in Hector haar eerste grote filmrol, en dat doet ze zeker niet onverdienstelijk. Toch blijft het wat bevreemdend dat haar personage — officieel geen bloedverwant, maar wél “tante” — zo nadrukkelijk romantische en seksuele interesse toont in haar achterneef. Zeker als je bedenkt dat hij wordt neergezet als een soort man-child die, zo wordt expliciet vermeld, zelfs nog nooit heeft gemasturbeerd.
Hoewel Millecam duidelijk wordt gepositioneerd als begeerlijk object voor meerdere mannen, blijft de film opvallend preuts in de uitvoering. Op een silhouet achter een scherm en een vluchtige nipple slip na, valt er weinig bloot te ontwaren. In dat opzicht is Hector verrassend familievriendelijk — al blijft dat incestueuze randje een merkwaardige smet op het verder luchtige karakter van de film.

Hector zelf is eigenlijk een vleesgeworden tekenfilmpersonage. De uitvindingen die hij bedenkt zouden niet misstaan in een Road Runner-cartoon, en verschillende scènes — zoals zijn ontsnapping uit het weeshuis — voelen overduidelijk geïnspireerd door klassieke animatiefilms.
Die cartooneske logica, waarin alles nét even overdreven en fysiek onmogelijk mag zijn, geeft de film een speelse lichtheid. Het tilt het verhaal weg uit de realiteit en plaatst het in een soort stripboekuniversum. Juist die luchtigheid kon ik erg waarderen; het maakt dat je de ongeloofwaardigheden makkelijker voor lief neemt en je simpelweg laat meevoeren door de grap.
Zoals bij zoveel Vlaamse en Nederlandse producties schuilt er ook hier plezier in het spotten van bekende gezichten in kleine rollen. In Hector duiken onder anderen Maya van den Broecke — bij velen bekend als Josje uit Vrouwenvleugel — op, net als Duck Jetten en Pieter Lutz. Het zijn van die korte verschijningen die misschien niet essentieel zijn voor het verhaal, maar wel een extra laagje charme toevoegen voor wie ze herkent.
Achteraf is het eigenlijk jammer dat ik Koko Flanel eerst heb gezien en pas bijna veertig jaar later Hector. Daardoor voelt dit toch als een stapje terug, terwijl Koko Flanel destijds juist als een duidelijke sprong voorwaarts aanvoelde.
Dat maakt de vergelijking misschien niet helemaal eerlijk. Los daarvan blijft Hector echter een film die absoluut de moeite waard is om eens te bekijken — al is het maar om te zien waar het succes allemaal begon.







