Publicatiedatum:
Na het enorme succes van Ik ben Joep Meloen in 1981 kwam André van Duin al het daaropvolgende jaar met De Boezemvriend – je moet tenslotte het ijzer smeden als het heet is. Het resultaat is een ambitieuzere film, die qua opzet en schaal groter aanvoelt, maar onder de streep toch minder overtuigt dan zijn voorganger.
De Boezemvriend speelt zich af in 1811, tijdens de Napoleontische bezetting, en volgt de rondreizende kwakzalver en tandentrekker Fred van der Zee, die zich voordoet als professor Pasdupain. Wanneer hij op de vlucht slaat voor het Franse leger, belandt hij via een reeks toevalligheden in een stadje waar een corrupte kolonel hem aanziet voor een hoge inspecteur van Napoleon. Wat volgt is een aaneenschakeling van misverstanden, waarin Fred steeds dieper verstrikt raakt in zijn eigen rol, terwijl hij ondertussen verliefd wordt op de kermisdanseres Mercedes en probeert uit handen te blijven van de autoriteiten.
André van Duin is in zekere zin te vergelijken met Steven Seagal: een acteur die in de kern steeds op hetzelfde, herkenbare personage terugvalt. Joep Meloen en Fred van der Zee verschillen misschien in naam en beroep, maar qua houding en gedrag zijn ze vrijwel inwisselbaar. Fred is hooguit iets minder klunzig, maar zijn omgang met vrouwen, de grappen en de typische maniertjes van Van Duin blijven grotendeels identiek. Dat is op zich geen verrassing – wie een André van Duin-film kijkt, weet wat hij kan verwachten. Het zou juist vreemd zijn als hij zich plots zou gedragen als Paul de Leeuw. Toch voelt het alsof Van Duin meer op dreef was in Ik ben Joep Meloen dan hier, mogelijk ook doordat hij daar veel sterker kon leunen op de chemie met Corrie van Gorp en Frans van Dusschoten. Hoewel beiden ook in De Boezemvriend opduiken, delen ze opvallend weinig scènes: Van Gorp verschijnt pas na een uur, en er is slechts één moment waarop het iconische trio samen te zien is.
Qua casting voelt het sowieso alsof een groot deel van de bezetting direct is doorgelopen van de set van Ik ben Joep Meloen naar die van De Boezemvriend. Zo keren onder anderen Jérôme Reehuis en Hans Leendertse terug in kleine rollen. Tegelijkertijd zijn er ook nieuwe gezichten, waarbij vooral de vrouwelijke rollen opvallen. Zoals de titel al subtiel suggereert, ligt de nadruk hier niet zelden op korsetten en diepe decolletés. Een jonge Manouk van der Meulen – later bekend van Spijkerhoek – speelt de dochter van een kolonel die haar wil uithuwelijken aan Fred. Daarnaast werd de marketing destijds sterk gedragen door de aanwezigheid van Connie Breukhoven (destijds Vanessa), al blijkt haar rol in de praktijk vrij beperkt: na de openingsscène verdwijnt ze grotendeels uit beeld en keert ze pas in de derde akte weer terug.

Doordat De Boezemvriend zich presenteert als een kostuumkomedie, voelt de film aanvankelijk grootser en ambitieuzer. De openingsscène op een dorpsplein, gevuld met figuranten in historische kledij, paarden en koetsen, zet meteen de toon. Toch blijft die schaalvergroting grotendeels beperkt tot dat soort momenten. Het grootste deel van de film speelt zich af in bossen, rond een kasteel of binnen op sets. Gezien het budget van zo’n drie miljoen gulden zijn dat begrijpelijke keuzes. Waar moderne films eenvoudig digitale achtergronden inzetten om een wereld tot leven te wekken, moest men het in 1982 nog doen met praktische middelen – en dat zie je terug.
En hoewel het vrouwelijke schoon zeker bijdraagt aan het kijkplezier, voelt De Boezemvriend uiteindelijk toch als een stapje terug. Waar Ik ben Joep Meloen nog regelmatig een glimlach of een oprechte grinnik wist te ontlokken, blijft dat hier een stuk beperkter. De film leunt vooral op één komisch uitgangspunt – een persoonsverwisseling – en rekt dat uit tot een farce die bijna een uur lang wordt uitgesponnen. Het probleem is alleen dat de grap al na enkele scènes zijn frisheid verliest, waardoor de rek er al snel uit is.
Misschien was het verstandiger geweest om niet zo snel met een nieuwe film te komen, maar te wachten tot er een sterker verhaal en scherpere grappen lagen. Nu voelt het toch een beetje alsof we naar de kliekjes van Ik ben Joep Meloen kijken: opgewarmd in de magnetron en overgoten met een kostuumsausje om de muffe nasmaak te verhullen.





